Klooster Ter Apel

Tijdens het evenement Middeleeuws Ter Apel 2014 heeft Marius (alias Maerten van Haerlem) enige metingen verricht aan het kloostergebouw.
Het ging er vooral om te zien of de middeleeuwse bouwstandaarden zoals de ‘voet’ en de ‘roede’ zichtbaar zijn in het bouwwerk.
En dat bleek zeker het geval.

Als eerste tekende Maerten een grondplan van het klooster zoals het tussen 1465 en 1530 gebouwd is en er nu nog staat.
Boven de tekening staat de middeleeuwse naam van het klooster Domus Novae Lucis, Huis van het Nieuwe Licht.
Ter Apel plattegrond

Behalve dat het gebouw een opmerkelijke afwijking van de Noord-Europese standaard heeft, de kerk staat namelijk in het zuiden ipv het noorden,
voldoet het convent (hoofdgebouw) aan alle regels van de Middeleeuwse kloosterbouw. Het complex is ingedeeld volgens de Chistelijke drie-eenheid Ziel, Geest en Lichaam. De driehoek in de tekening geeft deze indeling aan: De Ziel vinden we in de kerk, de Geest in de sacristie en kapittelzaal, het Lichaam van de monniken wordt gediend in de refter en priorskamer. De cirkel rond de driehoek staat symbool voor de microcosmos van het klooster waarin deze indeling bestaat. De zijde van de driehoek die paralel loopt aan de, inmiddels gesloopte vierde vleugel, staat voor het lekengedeelte van het complex. Aan deze zijden vindt men de gastenverblijven en het deel van de kloosterkerk die voor leken toegankelijk is.

Tot zover blijkt het gebouw aan de Middeleeuwse standaarden te voldoen. Al bij de (huidige) ingang van het klooster in de oostelijke vleugel zien we een andere standaard. De ingangspartij met ‘Gotisch’ spitsboogvenster is, evenals de andere vensters in de oostvleugel, exact 1 roede hoog.
1 roede is onderverdeeld in 12 voeten. Het gat van de deur is 6 voeten hoog en het venster daarboven dus weer 6 voeten.
Deuren,_na_de_restauratie Ter Apel details1 Ter Apel oostergang2 Ter Apel oostergang1

Ook binnen in de oostelijke kloostergang zien we deze afmetingen terugkomen. De spitsboogramen aan de pandhofzijde zijn 1 roede hoog en ook het raam met doorgang naar buiten is exact in het midden gesplitst. De deur is dus weer 6 voeten hoog, zoals ook andere tussendeuren in deze vleugel 6 voeten hoog is. De breedte van de kruisgewelven langs de wand is wederom 12 voeten, dus 1 roede. Boven deze kruisgewelven bevonden zich de cellen van de monniken die dus ook 1 roede in het vierkant groot geweest zullen zijn. In de noordelijke vleugel vond ik overigens andere maten. Er lijken daar verschillende maten door elkaar heen gebruikt te zijn, maar ik weet nog niet precies welke.

Bedenk wel dat ik weinig tijd had en dat ik de ‘Rijnlandse Roede’ gebruik om mee te meten. Deze standaard was in de 15e eeuw in Holland gebruikelijk. Maar de standaard in Groningen (stad) was soms weer anders. Ook kan de standaard per bouwmeester (en dus per bouwfase) verschillen.

Opvallend is wel dat we de door mij gebruikte Rijnlandse Roede terugkomt in de buitengevel van de noordelijke vleugel, met name in het interessante ruitpatroon van zwarte bakstenen. Ter Apel noordwand1 Ter Apel noordwand2
Het maken van patronen als deze in het metselwerk was in de late Middeleeuwen in de mode.

 

Ter Apel details2
Het perfecte ruitpatroon op de noordwesthoek van het gebouw heeft ruiten van 2 voeten in het vierkant. Twee ruiten meten diagonaal precies 3 voeten.
De meer ingewikkelde patronen aan de noordzijde hebben onderdelen van precies 2 en 4 voeten breed, maar ook afwijkende maten, waarschijnlijk om precies tussen de vensters te passen.

Behalve de ruitpatronen, die hoofdzakelijk decoratief lijken, zijn er ook een aantal zeer specifieke metseltekens in de noordmuur te vinden. Bekijk de hele muur hier:

Ter Apel gevelZo zien we de letters APELL tussen de vensters, de oude aanduiding van Ter Apel. Daarnaast zien we nog enige andere tekens die wel wat op runen lijken.
Over de betekenis van deze metseltekens is nog niet zo heel veel bekend.
In de middeleeuwen waren metseltekens wellicht bedoeld als bescherming van het gebouw en zijn bewoners. De tekens lijken weer afgeleiden van het pre-Christelijke runenschrift en we zien hier dus ‘heidense’ en Christelijke symboliek door elkaar heen lopen, hetgeen in de Middeleeuwen niet ongebruikelijk was.
Ter Apel teken1 Ter Apel teken2 Een teken dat zeer duidelijk in twee varianten (geheel links en rechtsboven) op de gevel staat is de Wolfsangel. Dit is een mogelijke variant op het Odal-teken uit het runenschrift Futhark. De odal staat o.a. voor de bescherming van eigendom en is dus een logisch teken op een gebouw met landerijen. Ook op andere plekken (onder in de cirkel) zien we varianten van de odal. Het is verleidelijk om ook in de ruitpatronen, zeker de meer complexe tekeningen, varianten van runen te lezen. Ook hier zou je aaneengeschakelde odal-varianten kunnen zien. Maar het kunnen ook aaneengeschakelde Ing-runen zijn. Dit zijn ruiten, soms gecombineerd met diagonale kruizen. Deze zouden staan voor vruchtbaarheid en in een Christelijke context kan het naar Maria verwijzen.
Odal-figuren
Varianten van de Odal-rune.
Meer over de beschermende metseltekens.

 

 

Bekijk de hele noordgevel met de verschillende